Ik spring als eerste.
Mijn wortels liggen in twee werelden die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hebben. Zakelijk ben ik gevormd in de techniek: als directeur van een bedrijf in hoogwaardige auto-onderdelen, dat internationaal werkt, en als verantwoordelijke voor HR. Daar heb ik geleerd wat ondernemen echt vraagt. Je moet knopen doorhakken, verantwoordelijkheid dragen voor mensen, en blijven staan als het spannend wordt. Ik ken de werkplaats, de directiekamer en alles wat daartussen gebeurt.
Tegelijk heb ik altijd een andere laag gevoeld, een verlangen naar diepgang en naar wat er onder de oppervlakte speelt. Die heb ik gevolgd, en zo ontstonden mijn retreats. Ik zag hoe krachtig het is als vrouwen weer contact maken met hun eigen innerlijke leiderschap. Dat smaakte naar meer, voor hen én voor mij. Daarom ben ik verder gegaan in de sjamanistische wijsheid en de Munay-Ki rites, die mijn werk nu nog meer diepgang geven.
Lang dacht ik dat ik moest kiezen tussen die twee kanten. Inmiddels weet ik dat ze elkaar juist versterken. Mijn zakelijke kant houdt me nuchter en helder. Mijn spirituele kant zorgt dat ik de mens achter het verhaal zie. Precies die combinatie neem ik mee in mijn werk als vertrouwenspersoon: ik begrijp wat er voor een organisatie op het spel staat, en ik voel wat een medewerker nodig heeft om zich veilig te voelen.
Als werkgever heb ik geleerd dat warmte en duidelijkheid prima samengaan. Sterker nog, ze hebben elkaar nodig. Een medewerker die zich gezien voelt, durft eerder te zeggen wat er schuurt. En een grens die met respect wordt gesteld, geeft juist rust.
Ik sta het liefst naast mensen, niet erboven. Ik stel de vraag die anderen laten liggen, en ik durf er ook een grapje bij te maken, juist als het zwaar wordt. Want wie samen kan lachen, kan ook samen door de moeilijke momenten heen.